top of page

Prijsstijgingen in de bouw: wie betaalt wat?

De prijsstijgingen van grondstoffen wordt veroorzaakt door een opeenstapeling van verschillende factoren. Ten tijde van de coronacrisis ontstond een grote vraag naar bouwproducten met daartegenover een schaars aanbod. Door de oorlog in Oekraïne zijn de prijzen van veel grondstoffen enorm gestegen. Ondertussen ontstaan er leveringsproblemen waardoor er sprake is van een groot tekort aan materialen, langere levertijden en daaropvolgend vertraging in de bouw. Daar komen de stijgende energieprijzen bovenop. De gevolgen zijn groot, omdat voor de productie van bouwmaterialen vaak veel gas nodig is. Ook in 2022 lijkt het einde van de prijsstijgingen nog niet in zicht te zijn. De gevolgen van deze ontwikkelingen zijn niet te onderschatten. Men vreest voor een bouwstop omdat de vaste aanneemsom geen soelaas meer biedt in tijden van onzekerheid.

Een veelvoorkomende vraag is: voor wiens rekening komen deze prijsstijgingen?


Overeenkomst en voorwaarden

Het uitgangspunt in het Nederlandse contractenrecht is dat afspraken moeten worden nagekomen (pacta sunt servanda). Daarom dienen partijen eerst na te gaan wat er is afgesproken in de overeenkomst en algemene voorwaarden. Is er een risico-verdeling afgesproken? Hebben partijen een ‘prijsvastbeding’ afgesproken? Het kan zijn dat er een prijswijzigingsbeding is opgenomen, maar dat betekent echter niet dat onvoorziene prijsstijgingen niet kunnen worden doorberekend aan de opdrachtgever. Indien in de overeenkomst niets is opgenomen met betrekking tot prijsstijgingen kan er mogelijk een beroep worden gedaan op de wet en de UAV.


UAV 2012

Is de UAV op de overeenkomst van toepassing verklaard? Dan biedt een beroep op paragraaf 47 voor de aannemer een mogelijkheid op bijbetaling. Maar de opdrachtgever kan ook besluiten extra kosten te compenseren door de omvang van het werk te beperken, het werk te vereenvoudigen of simpelweg te beëindigen. In paragraaf 47 (1) UAV is opgenomen:

‘’Onder kostenverhogende omstandigheden worden in deze paragraaf verstaan omstandigheden die van dien aard zijn dat bij het tot stand komen van de overeenkomst geen rekening behoefde te worden gehouden met de kans dat zij zich zouden voordoen, die de aannemer niet kunnen worden toegerekend en die de kosten van het werk aanzienlijk verhogen.’’


  • omstandigheden die niet aan de aannemer zijn toe te rekenen;

  • de aannemer bij het bepalen van de prijs/aanneemsom geen rekening hoefde te houden; en

  • de prijs van het gehele werk aanzienlijk verhogen.

De UAV heeft een aanvullende eis in vergelijking met artikel 7:753 van het Burgerlijk Wetboek: een aanzienlijke verhoging. Wanneer is daar sprake van? Het aanzienlijkheidsvereiste heeft tot veel, maar uiteenlopende, jurisprudentie geleid. De (onder)aannemer heeft namelijk een ondernemersrisico van 20% prijsstijging van de kosten voor de betreffende grondstof of het materiaal. Zodra de stijging boven 20% uitkomt kan het surplus een kostenverhogende omstandigheid opleveren. Dan moet worden bepaald of het surplus (percentage boven 20% ondernemersrisico) leidt tot een aanzienlijke verhoging van de aanneemsom. In de meeste uitspraken wordt gesproken van een percentage dat veelal ligt tussen 2 tot 5% van de aanneemsom over de gehele aanneemsom.


UAV-GC 2005

De UAV-GC 2005 zijn (in vergelijking met de UAV 2012) ‘zuiniger’ voor wat betreft het toekennen van een kostenvergoeding/bijbetaling aan de aannemer. De bepaling in de UAV-GC 2005 (paragraaf 44 lid 1 sub c) komt de facto neer op een beroep op de wettelijke bepaling omtrent ‘onvoorziene omstandigheden’, bijgevolg hier volstaan wordt met een verwijzing naar de eisen zoals hieronder omschreven.



De wet

Kostenverhogende omstandigheden – artikel 7:753 BW

Indien er geen bepaling is opgenomen in de overeenkomst en de UAV niet van toepassing is, kent de wet artikel 7:753 BW. Dit artikel bepaalt dat een aanneemsom kan worden aangepast aan kostenverhogende omstandigheden. Op grond van dit artikel kan de rechter worden gevraagd de overeengekomen prijs aan te passen. Het moet dan gaan om:


  • omstandigheden die niet aan de aannemer zijn toe te rekenen;

  • na het sluiten van de aannemingsovereenkomst ontstaan of aan het licht treden; en

  • de aannemer bij het bepalen van de aanneemsom met die omstandigheden geen rekening hoefde te houden.

Aan de hand van de aard van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval zal moeten worden beoordeeld of hiervan sprake is. Is aan deze vereisten voldaan, dan is het aan de rechter om uit te maken of een prijsverhoging ook daadwerkelijk aan de aannemer wordt toegerekend. De rechter heeft een grote vrijheid bij de beoordeling van een vordering van de aannemer tot prijsaanpassing.

De aannemer is altijd verplicht de opdrachtgever zo spoedig mogelijk te waarschuwen voor de onvoorziene/kostenverhogende omstandigheden. De opdrachtgever krijgt hiermee de gelegenheid om de overeenkomst aan te passen, te beperken of op te zeggen. Doet de aannemer dat niet of niet tijdig, dan komt de aannemer in beginsel geen vergoeding van kosten toe.


Onvoorziene omstandigheden – artikel 6:258 BW

Het kan zijn dat een beroep op artikel 7:753 BW in de overeenkomst is uitgesloten. Artikel 7:753 BW is namelijk van regelend recht. Dan staat in artikel 6:258 BW (dwingend recht) de regeling voor onvoorziene omstandigheden opgenomen. De rechter kan op verlangen van een der partijen de gevolgen van een overeenkomst wijzigen of deze geheel of gedeeltelijk ontbinden op grond van onvoorziene omstandigheden welke van dien aard zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten. Bovendien geldt dat het ‘ondernemersrisico’ bij een wijziging van omstandigheden van groot belang is voor de beoordeling of ruimte is voor de toepassing van artikel 6:258 BW. De aannemer zal moeten aantonen dat de prijsstijging niet alleen voor zijn rekening komt. Daarnaast moet de aannemer duidelijk maken dat de opdrachtgever onredelijk handelt door haar aan de oorspronkelijke afspraken te houden uit de overeenkomst.

Een beroep op artikel 6:258 BW zagen we ook voorbijkomen tijdens de coronacrisis met als uitgangspunt: het ‘share the pain-beginsel’ voor sommige (huur)overeenkomsten. Als gevolg van de coronacrisis zijn grote groepen huurders in financiële problemen gekomen. De coronajurisprudentie wijst uit dat een ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst onredelijk was. Toch past de rechtspraak, op basis van jarenlange jurisprudentie, artikel 6:258 BW terughoudend toe.


Overmacht – artikel 6:75 BW

Dan rest nog de vraag of de prijsstijgingen als gevolg van de oorlog, juridische overmacht opleveren. Van overmacht is volgens artikel 6:75 BW sprake wanneer ‘‘een tekortkoming kan de schuldenaar niet worden toegerekend, indien zij niet te wijten is aan zijn schuld, noch krachtens de wet, rechtshandeling of in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt’’.

Hoewel artikel 6:75 BW een mogelijkheid kan bieden voor leveringsproblemen, resulteren prijsstijgingen niet per definitie in overmacht. Een beroep op overmacht zou pas mogelijk kunnen zijn als de prestatie zelf, dus het (tijdig) ontwerpen/bouwen, niet mogelijk is. Met een prijsstijging kan de overeenkomst nog wel worden nagekomen maar zijn de prijzen van grondstoffen gestegen en lopen de kosten dus op. Uit de coronajurisprudentie blijkt dat een beroep op overmacht veelal niet slaagt omdat betalingsonmacht behoort tot de risicosfeer van de huurder. In de huidige situatie met een oorlog in Oekraïne en tegen de achtergrond van het ondernemersrisico, is een beroep op overmacht wegens prijsstijgingen waarschijnlijk weinig succesvol omdat de prestatie zelf nog nagekomen kan worden.


Kortom, de vraag voor wiens rekening de prijsstijging komt is afhankelijk van wat partijen hebben afgesproken en van de omstandigheden van het geval. De beste manier om die onduidelijkheid te voorkomen, is door vooraf afspraken te maken. Voor nieuwe overeenkomsten is de omstandigheid van de oorlog in Oekraïne immers niet meer onvoorzien. Bij het sluiten van nieuwe overeenkomsten valt het contracteren van een risicoregeling, indexeringsregeling of back-to-back te overwegen.


Heeft u vragen of er in uw overeenkomst afspraken zijn gemaakt waar u een beroep op kunt doen in verband met kostprijsstijgingen? Of vragen ten aanzien het opstellen van een risicoregeling of clausule in nieuwe overeenkomsten? Wij denken graag met u mee.


コメント


bottom of page