Woningbouwcorporaties toch ontvankelijk bij Hof EU?

Redactie
-

Eind mei jl. nam de Advocaat-Generaal bij het HvJ EU een conclusie in het hoger beroep dat een negental corporaties had aangespannen met betrekking tot de staatssteunbeschikking van de Europese Commissie van 15 december 2009. Het kwam voor velen als een verrassing dat hij het Hof adviseerde om het arrest van het Gerecht (gedeeltelijk) te vernietigen en appellanten wel ontvankelijk te verklaren. De corporaties zouden hiermee kunnen profiteren van een door het Verdrag van Lissabon versterkte rechtsbescherming.

Het gaat om twee Nederlandse maatregelen: (1) de zgh. bestaande steun (anno 2009 bestond dat uit staatsgaranties voor leningen bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW), steun van het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV) en de mogelijkheid van aankoop door corporaties van grond onder de marktwaarde), en (2) de nieuwe steun (dat toen was bedoeld voor de 40 Vogelaarwijken).

Wat betreft het laatste geeft de A-G de corporaties geen gelijk. Maar voor de bestaande steun ligt dat anders.

Om te beginnen hebben de negen corporaties procesbelang want, zo redeneert de A-G, als de staatssteunbeschikking in kwestie Nederland heeft verplicht het nieuwe corporatiestelsel in te voeren (door middel van de Tijdelijke regeling DAEB toegelaten instellingen volkshuisvesting), dan kunnen zij er voordeel van hebben als die verplichting wegvalt. De A-G baseert het vervolg van zijn redenering op een nieuwe bepaling die bij het Verdrag van Lissabon was ingevoegd in het Europese Werkingsverdrag. Het gaat om artikel 263, 4e alinea, laatste zinsdeel, VWEU dat het recht geeft op te komen tegen EU ‘regelgevingshandelingen’ die iemand ‘rechtstreeks raken’ en die ‘geen uitvoeringsmaatregelen met zich meebrengen’.

Volgens de A-G voldoet de bestreden staatssteunbeschikking aan al deze criteria. Of het nu gaat om een beschikking waarbij een steunmaatregel wordt verboden of zoals hier het geval is, wordt toegestaan, deze is een regelgevingshandeling want van algemene strekking en toepasbaar op een algemeen en in abstracto omschreven categorie van personen. Ook worden de negen corporaties rechtstreeks geraakt door de beschikking, kon de Nederlandse overheid niet anders doen dan de beschikking onverkort toepassen en waren er geen mogelijkheden om via de Nederlandse rechter dit aan te vechten.

De betrokken corporaties niet ontvankelijk verklaren is, volgens de A-G, in strijd met het beginsel van rechtsbescherming. Daarenboven behoorden de appellanten tot een afgebakende groep van in totaal 410 bij KB aangewezen corporaties hetgeen maakt dat zij rechtstreeks en individueel worden geraakt door de bestreden staatssteunbeschikking.

Het is nu afwachten of het Hof van Justitie de innovatieve benadering van zijn Advocaat-Generaal zal overnemen.

Anouk Brouwer, gespecialiseerd advocaat (Europees) aanbestedingsrecht en bestuursrecht

Wilt u weten wat uw Europeesrechtelijke proceskansen zijn bij nationaalrechtelijke vraagstukken? Neem contact met ons op:

  • Alexandra Boot, gespecialiseerd advocaat (Europees) aanbestedingsrecht